APC Pensioengids

 

Pensioen is een belangrijk onderdeel van uw arbeidsvoorwaarden. Vreemd genoeg houden de meeste mensen zich pas met hun pensioen bezig als ze vlak voor hun pensionering staan. Pensioen is echter niet alleen iets voor na uw 65ste. Het is niet alleen een zorg voor later. Pensioen is een zorg voor nu! Want weet u bijvoorbeeld wat er met uw pensioen gebeurt als u van baan verandert? Kent u de regels van uw pensioen als uw huwelijk in een scheiding eindigt? Bij allerlei ingrijpende gebeurtenissen in uw leven speelt het pensioen op de achtergrond mee: bij invaliditeit, trouwen, overlijden, echtscheiding en ook ouder worden.

 

Download Brochure

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

 

Pensioen is een belangrijk onderdeel van uw arbeidsvoorwaarden. Vreemd genoeg houden de meeste mensen zich pas met hun pensioen bezig als ze vlak voor hun pensionering staan. Pensioen is echter niet alleen iets voor na uw 65ste. Het is niet alleen een zorg voor later. Pensioen is een zorg voor nu! Want weet u bijvoorbeeld wat er met uw pensioen gebeurt als u van baan verandert? Kent u de regels van uw pensioen als uw huwelijk in een scheiding eindigt? Bij allerlei ingrijpende gebeurtenissen in uw leven speelt het pensioen op de achtergrond mee: bij invaliditeit, trouwen, overlijden, echtscheiding en ook ouder worden.

 

Uw werkgever heeft u aangesloten bij de pensioenregeling van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao.

 

In deze gids staat alleen de belangrijkste informatie uit uw pensioenregeling. Het kan zijn dat u na het lezen nog vragen heeft. Onze afdeling Klantenservice staat klaar om deze vragen persoonlijk te beantwoorden of telefonisch via 599 9 434-3000/599 9 434-3001/599 9 434-3018. De volledige pensioenregeling staat in de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren. U kunt de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren opvragen bij het pensioenfonds of downloaden van onze website www.apc.cw.

 

Definities

In deze brochure wordt onder overheidswerknemer verstaan: de personen werkzaam voor de overheid op grond van een ambtelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst en die voldoen aan de in de pensioenregeling gestelde vereisten en voorts de werknemers en directieleden van aan de overheid gelieerde rechtspersonen (naamloze vennootschappen en stichtingen) die bij besluit van de regering zijn aangewezen als rechtspersonen waarvan het personeel voor zijn pensioenopbouw gelijk wordt gesteld aan overheidsdienaren.

 

U kunt geen rechten ontlenen aan deze brochure. Als er in de pensioenregeling iets anders staat dan in deze brochure, gaat de pensioenregeling voor.

 

 

Bewaar deze brochure goed! U hebt hem misschien in de toekomst nog nodig.

 

 

2 Hoe werkt de middelloonregeling?

 

De pensioenregeling voor overheidswerknemers was tot en met 31 december 2015 op het eindloon gebaseerd. Bij landsverordening van 18 december 2015, P.B. 2015 no. 78 is deze pensioenregeling met ingang van 1 januari 2016 omgezet in een middelloonpensioenregeling. Vanaf 1 januari 2016 bouwt u uw pensioen op onder de middelloonregeling. Daarvóór gold de eindloonregeling. In deze brochure krijgt u meer informatie over de middelloonregeling van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao.

 

De middelloonregeling, ook wel gemiddelde-salarisregeling of opbouwregeling genoemd, is een pensioenregeling voor werknemers, waarbij elk jaar een stukje pensioen wordt opgebouwd. Wij berekenen voor elk jaar dat u werkt, wat u in dat jaar heeft opgebouwd. Het uiteindelijk te bereiken pensioen is de optelsom van het stukje pensioen dat voor elk achterliggende jaar is opgebouwd.

 

 

 

 

3 Wanneer kan ik deelnemen aan de middelloonregeling?

 

Iedere overheidswerknemer die deelnemer wordt van het APC-fonds op of na 1 januari 2016, neemt deel aan de middelloonregeling. Om mee te doen aan de pensioenregeling is het daarbij niet belangrijk of u in voltijd of in deeltijd werkt. Ook werknemers die in dienst treden bij een instelling die een hechte financiële band heeft met de overheid, zoals een overheids-nv, en door de overheid gefinancierde stichtingen – waarvan de overheid besloten heeft dat het personeel van deze instellingen onder de pensioenregeling valt – kunnen deelnemen. Dat geldt ook voor het personeel van het bijzonder onderwijs. U wordt dan deelnemer van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao (APC-fonds).

 

Om aan de pensioenregeling te kunnen deelnemen moet aan twee voorwaarden worden voldaan:

  • U moet medisch geschikt zijn verklaard voor uw functie.
  • Uw dienstverband moet vóór uw 65-jarige leeftijd zijn ingegaan.

 

 

4 Waarvoor bent u verzekerd?

 

Er zijn vier soorten pensioenen in uw pensioenregeling waarvoor u verzekerd bent:

- ouderdomspensioen

-  nabestaanden-/partnerpensioen

-  wezenpensioen

-  arbeidsongeschiktheidspensioen

 

Daarnaast kent de pensioenregeling ook een eenmalige uitkering aan de nabestaanden bij overlijden van de deelnemer:  het zogenaamde smartengeld.

 

 

5 Wanneer bouw ik ouderdomspensioen op?

 

U mag met de pensioenregeling meedoen vanaf de eerste dag dat u voor uw werkgever werkt. U bent dan deelnemer. U blijft meedoen met de pensioenregeling tot u met pensioen gaat. Of tot de dag dat u ontslag neemt bij uw werkgever. U bouwt ouderdomspensioen op zodra u meedoet met de pensioenregeling en 18 jaar of ouder bent. Tot en met 31 december 2015 was de leeftijd waarop de pensioenopbouw begon, 25 jaar.

 

Hoewel iedere overheidswerknemer deelneemt aan de pensioenregeling, wordt er onderscheid gemaakt tussen deelnemers die jonger zijn dan 18 jaar en deelnemers van 18 jaar en ouder. Dat komt omdat alleen de jaren vanaf de 18-jarige leeftijd meetellen voor de opbouw van het ouderdomspensioen. In de praktijk zal het niet vaak voorkomen dat er deelnemers zijn die jonger zijn dan 18 jaar.

 

Deelnemers die jonger zijn dan 18 jaar, nemen ook deel aan de pensioenregeling, maar zij bouwen geen ouderdomspensioen op. Bij overlijden of als ze invalide worden, zijn ze tegen deze risico’s verzekerd.

 

 

6 Pensioendatum

 

6.1 Wanneer kan ik met pensioen?

U kunt met pensioen op de dag dat u 65 jaar wordt. Voorbeeld: op 28 augustus 2022 wordt u 65 jaar. U kunt vanaf 28 augustus 2022 met pensioen. U krijgt dit pensioen totdat u overlijdt.

 

6.2 Bestaat de mogelijkheid om eerder dan de leeftijd van 65 jaar met pensioen te gaan?

Op de regel dat u bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar met pensioen kunt gaan, zijn er enkele uitzonderingen.

  • De eerste uitzondering betreft deelnemers (overheidsdienaren) die gedurende het jaar 2016 de leeftijd van 60 jaar bereiken. De pensioenregeling bepaalt dat deze overheidsdienaren bij wijze van overgangsregeling de pensioenleeftijd van 60 jaar behouden.
  • De tweede uitzondering betreft personen die op 31 december 2015 een VUT-uitkering ontvingen. Deze personen ontvangen hun pensioen bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.
  • De derde uitzondering betreft deelgenoten die gebruikmaken van de keuzemogelijkheid om op een leeftijd jonger dan 65 jaar maar niet jonger dan 60 jaar met pensioen te gaan. De deelnemers (overheidswerknemers) die deze keuzemogelijkheid hebben, zijn de deelnemers die 55 jaar of ouder waren op 31 december 2015 maar jonger waren dan 59 jaar. De deelnemers die 30 pensioendienstjaren of meer hadden volbracht per 31 december 2015, maar op dat moment jonger waren dan 55 jaar, hebben eveneens de keuzemogelijkheid om op een leeftijd jonger dan 65 jaar maar niet jonger dan 60 jaar met pensioen te gaan.

 

6.3 Wat zijn de consequenties als ik ervoor kies op een leeftijd tussen de 60 en 65 jaar

       met pensioen te gaan?

Als u gebruikmaakt van de optie om tussen de 60 jaar en de 65 jaar met pensioen te gaan, wordt het pensioen waarop u recht heeft, voor elk jaar dat u eerder met pensioen gaat, permanent met 6% gekort. Indien u dus bijvoorbeeld op uw 60ste met pensioen gaat, is de korting totaal 30%.

 

6.4 Worden de gevolgen van het pensioneren op een leeftijd jonger dan 65 jaar

       gecompenseerd?

De overheidswerknemers die gedwongen op hun 60ste met pensioen gaan, (dat zijn alleen de overheidswerknemers die 60 jaar worden in het jaar 2016) krijgen een compensatiepakket bestaande uit maximaal drie componenten. Van deze groep worden degenen die geen duurtetoeslag als onderdeel van hun pensioeninkomen ontvangen, als volgt gecompenseerd.

Het wettelijke bedrag van de AOV-uitkering wordt vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

De verschuldigde premie AOV en de premie Weduwen- en Wezenverzekering worden vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

Het verschil tussen de door actieven verschuldigde premie BVZ (13,6 %) en de door gepensioneerden verschuldigde premie BVZ (6,5%) wordt vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

 

Degenen uit deze groep die een duurtetoeslag als onderdeel van hun pensioeninkomen ontvangen, worden als volgt gecompenseerd.

De verschuldigde premie AOV en de premie Weduwen- en Wezenverzekering worden vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

Het verschil tussen de door actieven verschuldigde premie BVZ (13,6 %) en de door gepensioneerden verschuldigde premie BVZ (6,5%) wordt vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

 

De personen die in het verleden voor een VUT-uitkering hebben geopteerd en die op 1 januari 2016 nog een VUT-uitkering genoten, hebben de pensioenleeftijd van 60 jaar behouden en worden bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar als volgt gecompenseerd.

 

Het verschil tussen de door actieven verschuldigde premie BVZ (13,6 %) en de door gepensioneerden verschuldigde premie BVZ (6,5%) wordt vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

 

De personen die een optiemogelijkheid hebben om vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, maar niet jonger dan met 60 jaar met pensioen te gaan (dat zijn de deelnemers die 55 jaar of ouder waren op 31 december 2015, maar jonger waren dan 59 jaar en/of de deelnemers die 30 pensioendienstjaren of meer hadden volbracht op 31 december 2015, maar op dat moment jonger waren dan 55 jaar), kunnen aanspraak maken op de volgende compensatie:

De verschuldigde premie AOV en de premie Weduwen- en Wezenverzekering worden vanaf de pensioendatum tot aan het bereiken van de leeftijd van 65 jaar op hun verzoek door tussenkomst van het fonds aan hen uitbetaald.

 

De kosten van deze compensatiepakket komen ten laste van de laatste werkgever.

 

7 Hoeveel ouderdomspensioen krijg ik?

 

7.1 Wat is de hoogte van mijn ouderdomspensioen?

 

We kunnen nu nog niet zeggen hoeveel ouderdomspensioen u precies krijgt als u 65 jaar bent. Wel kunnen we zeggen dat uw pensioenregeling een 'middelloonregeling' is. Dat betekent dat uw pensioenuitkering afhangt van de salarissen die u tot aan uw pensioen jaarlijks heeft verdiend.

 

Hoeveel pensioenuitkering u krijgt, weet u pas precies als u met pensioen gaat. Uw ouderdomspensioen hangt af van de volgende punten.

  • Wat is uw pensioengrondslag in dat jaar? De pensioengrondslag is het deel van uw salaris waarover u pensioen opbouwt.
  • Wat is uw opbouwpercentage? Dat betekent: hoeveel procent van uw pensioengrondslag u ieder jaar aan pensioen opbouwt. Voor u is dat 1,75% per jaar.
  • Hoeveel jaar doet u mee met de pensioenregeling?
  • Werkt u fulltime of in deeltijd?
  • Zijn de pensioenaanspraken in de jaren voorafgaande aan de pensionering wel of niet geïndexeerd en met welke percentages?

 

U kunt zelf uitrekenen hoeveel ouderdomspensioen u ieder jaar opbouwt. Kijk daarvoor naar het voorbeeld hieronder. Het voorbeeld betreft iemand die fulltime werkt en een pensioenopbouw heeft van 1,75% per jaar. Deze persoon is op of na 1 januari 2016 deelnemer in de pensioenregeling geworden.

 

Pensioengevend jaarsalaris per 1 januari van het betreffende jaar – franchise = pensioengrondslag. De franchise is 10/7 x (AOV x12).

Pensioengrondslag x opbouwpercentage = jaarlijkse pensioenopbouw

 

Pensioengrondslag:

NAf 35.000 – NAf 14.778     = NAf 20.222

 

Jaarlijkse pensioenopbouw voor ouderdomspensioen:

NAf 20.222 x 1,75%             = NAf 353,89

 

7.2 Wat gebeurt er als ik in deeltijd ga werken?

U bouwt minder pensioen op als u in deeltijd werkt of gaat werken. We berekenen uw pensioenopbouw dan als volgt.

 

- We berekenen uw pensioengrondslag alsof u fulltime werkt.

- We berekenen de deeltijdfactor. Dat is de verhouding tussen het aantal uren dat u werkt en het aantal uren dat bij uw werkgever geldt als fulltime. Bijvoorbeeld: u werkt 32 uur per week en bij uw werkgever betekent een fulltime baan 40 uur werk per week. De deeltijdfactor is dan 32/40 = 0,8.

- De fulltime pensioengrondslag x de deeltijdfactor = uw pensioengrondslag in deeltijd. Dus als u deeltijd werkt bedraagt uw jaarlijkse pensioenopbouw voor ouderdomspensioen zoals in het voorbeeld hierboven NAf 353,89 x 0,8 = NAf 283,11.

 

 

8. Wat gebeurt er met mijn vóór 1 januari 2016 opgebouwde pensioen?

 

Indien u al vóór 1 januari 2016 deelnemer was van het fonds, heeft u ook pensioen opgebouwd onder de eindloonregeling. Het onder de eindloonregeling opgebouwde recht per 31 december 2015 wordt vermeerderd met de factor 1,3. Dit wordt gedaan om u te compenseren voor het uitstellen van de pensioenleeftijd met 5 jaar. Uw per 31 december 2015 opgebouwde pensioenaanspraken worden dus met 30% verhoogd. De nieuwe pensioenaanspraken die u vanaf 1 januari 2016 volgens het middelloonregeling opbouwt, komen boven op hetgeen u reeds tot en met 31 december 2015 aan aanspraken had opgebouwd, verhoogd met 30%.

 

De volgende voorbeelden illustreren het geval van overheidsdienaren die vóór 1 januari 2016 deelnemer waren in de pensioenregeling.

Voorbeeld 1

Ik ben onder de ingetrokken Pensioenverordening Burgerlijke Landsdienaren 1938 in vaste pensioengerechtigde dienstbetrekking getreden per 1 januari 1984. Mijn salaris per 31 december 2015 bedroeg NAf 3.000,00 per maand. Wat is mijn pensioen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op 1 maart 2025?

 

Onder de Pensioenverordening Burgerlijke Landsdienaren was de opbouwpercentage gedurende de eerste 20 jaar 2,5% per jaar en voor de overige 10 jaar 1 2/3% per jaar, berekend over de middelsom van de voorlaatste 2 kalenderjaren. Voor het gemak hanteren wij hetzelfde salaris.

 

De diensttijd tot en met 31 december 2015 bedraagt 32 jaar. De maximale diensttijd voor de pensioenopbouw is 30 jaar. Totale opbouwpercentage: 20 jaar à 2,5% + 10 jaar à 1 2/3% = 66 2/3%.

 

Opgebouwd pensioen onder de eindloonregeling:

NAf 36.000 – NAf 14.778  = NAf 21.222

 

66 2/3% van NAf 21.222  = NAf 14.149

 

Per 1 januari 2016 zijn de pensioenaanspraken verhoogd met 30%. Dus het pensioen van

NAf 14.149 wordt na verhoging met 30% NAf 18.394

 

De jaarlijkse pensioenopbouw voor ouderdomspensioen onder middelloonregeling:

NAf 21.222 x 1,75%    = NAf 371,39

 

Onder de middelloonregeling kan 9 1/6 jaar worden opgebouwd:

9 1/6 x NAf 371,39    = NAf 3.404,41

 

Het totaal aan pensioen bedraagt:

NAf 18.394 + NAf 3.404,41 = NAf 21.798,41 per jaar

 

Deze deelnemer heeft ook nog recht op duurtetoeslag. De duurtetoeslag bedraagt NAf 11.052,- per jaar. Het pensioeninkomen inclusief duurtetoeslag bedraagt per jaar:

NAf 21.798,41 + NAf 11.052,- = NAf 32.850,41

 

 

Voorbeeld 2

Ik ben onder de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren per 1 januari 1998 deelnemer geworden. Mijn salaris per 31 december 2015 bedroeg NAf 3.000,00 per maand. Wat is mijn pensioen bij het bereiken van de pensioengerechtigd leeftijd op 1 maart 2039?

 

Onder de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren was de opbouwpercentage 2% per jaar, berekend over de middelsom van de voorlaatste 2 kalenderjaren. Voor het gemak hanteren wij hetzelfde salaris.

 

De diensttijd tot en met 31 december 2015 bedraagt 18 jaar. Totale opbouwpercentage: 18 jaar à 2% = 36%.

 

 

Opgebouwd pensioen onder de eindloonregeling:

NAf 36.000 – NAf 14.778     = NAf 21.222

36% van NAf 21.222           = NAf 7.640

 

Per 1 januari 2016 zijn de pensioenaanspraken verhoogd met 30%. Dus het pensioen van

NAf 7.640 wordt na verhoging met 30%, NAf 9.932.

 

Jaarlijkse pensioenopbouw voor ouderdomspensioen onder middelloonregeling:

NAf 21.222 x 1,75%             = NAf 371,39

 

Onder de middelloonregeling kan 23 1/6 jaar worden opgebouwd:

23 1/6 x NAf 371,39    = NAf 8.541,97

 

Het totaal aan pensioen bedraagt:

NAf 9.932 + NAf 8.541,97 = NAf  18.473,97 per jaar.

 

 

9 Wat is de franchise?

 

De franchise is een deel van uw salaris dat niet meetelt voor de opbouw van uw pensioen. U bouwt dus niet over uw hele salaris pensioen op. Dat is ook niet nodig, want u krijgt op uw

65ste een AOV-uitkering van de overheid. Hoe hoog die AOV-uitkering is, berekent de Sociale Verzekeringsbank.

 

Voor het bedrag van de AOV-uitkering hoeft u geen pensioen op te bouwen. Daarom trekt het pensioenfonds een bedrag van uw jaarsalaris af als uw pensioengrondslag berekend wordt. Het bedrag dat het pensioenfonds aftrekt, heet de franchise. Dit bedrag kan ieder jaar worden aangepast aan de stijging van de AOV-uitkering. De franchise bedraagt 10/7 x AOV-uitkering.

 

 

10  Hoeveel pensioen krijgen mijn nabestaanden en mijn kinderen als ik overlijd?

 

In uw pensioenregeling is ook een nabestaandenpensioen en een wezenpensioen geregeld. Deze pensioenen kunnen belangrijk zijn voor u als u een nabestaande en/of kinderen hebt en u overlijdt. Met nabestaande bedoelen we de man of vrouw met wie u een relatie hebt. Deze relatie kan zijn:

- een huwelijk

- ongehuwd samenwonen als u een notarieel samenlevingsovereenkomst hebt die aan de

     voorwaarden van de pensioenregeling voldoet en geregistreerd is bij het pensioenfonds.

 

 

10.1 Nabestaandenpensioen

 

Hoe wordt het nabestaandenpensioen berekend?

 

Het nabestaandenpensioen is inkomen voor uw partner als u overlijdt.

Het nabestaandenpensioen is 70/100 deel van uw ouderdomspensioen. Overlijdt u voor uw

65ste, dan is het nabestaandenpensioen 70/100 deel van het ouderdomspensioen dat u zou hebben gekregen als u tot uw 65ste had meegedaan met de pensioenregeling.

 

Ook uw ex-partner heeft recht op (bijzonder) nabestaandenpensioen, berekend over de duur van het huwelijk of samenleving. Uw nabestaande krijgt deze uitkering vanaf de volgende dag na uw overlijden tot en met de laatste dag van de maand waarin uw nabestaande zelf overlijdt.

 

Over het nabestaandenpensioen leest u meer in onze brochures 'Nabestaanden en Bijzonder nabestaanden'.

 

 

10.2 Wezenpensioen

 

Hoe wordt het wezenpensioen berekend?

 

Het wezenpensioen is inkomen voor uw kinderen en pleegkinderen als u overlijdt. Hoe berekenen we het wezenpensioen? Het wezenpensioen bedraagt 28/100 deel van het ouderdomspensioen dat u zou hebben gekregen als u tot uw 65ste gewerkt zou hebben, respectievelijk 14/100 deel indien na uw overlijden ook een nabestaanden- c.q. bijzonder nabestaandenpensioen moet worden uitgekeerd. Overlijdt u na uw pensionering, dan is het wezenpensioen 28/100 deel van uw ouderdomspensioen, respectievelijk 14/100 deel van uw ouderdomspensioen indien na uw overlijden ook een nabestaanden- c.q. bijzonder nabestaandenpensioen moet worden uitgekeerd.

 

Het pensioenfonds betaalt het wezenpensioen aan kinderen en pleegkinderen tot 21 jaar die ook nog niet gehuwd zijn. Oudere kinderen krijgen een wezenpensioen tot ze 25 jaar zijn, mits ze nog studeren en niet gehuwd zijn. Ook kinderen die vanwege ziekten of gebreken blijvend niet in staat zijn om met werk dat voor hun krachten berekend is, een derde deel te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van gelijke leeftijd kunnen verdienen, krijgen een wezenpensioen tot hun 25ste verjaardag.

 

In de brochure 'Wezenpensioen' leest u meer.

 

 

10.3 Bouwen deelnemers jonger dan 18 jaar pensioen op?

 

Als u nog geen 18 jaar bent, bent u een deelnemer die nog geen ouderdomspensioen opbouwt. Maar stel dat u overlijdt, dan hebben uw nabestaande en kinderen wel recht op een pensioen. Uw nabestaande krijgt een nabestaandenpensioen en uw kinderen krijgen een wezenpensioen. En als u invalide wordt, krijgt u een invaliditeitspensioen. Vanaf uw 18de verjaardag bouwt u ouderdomspensioen op.

 

 

11  Wat betaal ik voor de pensioenregeling?

 

U en uw werkgever betalen samen voor de pensioenregeling. De premie die u en uw werkgever samen betalen, bedraagt vanaf 1 januari 2016 18% van uw salaris. U betaalt aan pensioenpremie 6% van uw pensioengrondslag. In paragraaf 7 hierboven staat hoe u de pensioengrondslag berekent. Uw werkgever houdt deze premie iedere maand in op uw bruto salaris. Uw werkgever betaalt de rest van de pensioenpremie.

 

Pas als u meedoet met de pensioenregeling, betaalt u premie.

 

 

11.1 Blijft mijn werkgever premie voor mijn pensioen betalen?

 

Voor de duur van uw deelname betaalt u en uw werkgever pensioenpremie. Als uw werkgever voor 3 maanden of langer geen pensioenpremie betaalt, krijgt u meteen bericht van het pensioenfonds.

 

 

12  Wat gebeurt er met mijn ouderdomspensioen?

 

12.1 Wat gebeurt er als ik bij mijn werkgever stop voordat ik 65 jaar ben?

 

Als u bij uw werkgever stopt, doet u ook niet meer mee met de pensioenregeling. U bouwt dan geen nieuw ouderdomspensioen meer op. Maar de pensioenaanspraak die u al hebt opgebouwd, blijft staan. Als u de leeftijd van 65 jaar bereikt, krijgt u het opgebouwde pensioen uitgekeerd.

 

Als u al arbeidsongeschikt bent wanneer u stopt bij uw werkgever, blijft u wel meedoen met de pensioenregeling. In paragraaf 12.3 staat hoe dat gaat.

 

 

12.2 Wat gebeurt er als ik bij een andere werkgever ga werken?

 

Als u bij een andere werkgever gaat werken, doet u niet meer mee met de pensioenregeling die u nu hebt. Het ouderdomspensioen dat u hebt opgebouwd, blijft staan. Maar u bouwt geen pensioen meer op in deze regeling.

 

Bij uw nieuwe werkgever bouwt u waarschijnlijk ook pensioen op. Dat gebeurt dan met de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever. U kunt dan opteren om de pensioenaanspraken die u bij het fonds hebt opgebouwd, over te dragen naar de pensioenfonds waaraan uw nieuwe werkgever verbonden is. U kunt hierover lezen in paragraaf 15. Indien uw nieuwe werkgever ook een overheidsinstelling is die aangesloten is bij het fonds wordt uw pensioenopbouw bij het fonds voortgezet.

 

 

12.3 Wat gebeurt er als ik arbeidsongeschikt word?

 

Indien u tijdens uw dienstverband door ziekte of gebreken blijvend arbeidsongeschikt wordt, ontvangt u een invaliditeitspensioen. U ontvangt uw invaliditeitspensioen voor uw gehele leven. Het wordt uitgekeerd tot en met de maand waarin u overlijdt.

 

 

12.4 Wat is de hoogte van het invaliditeitspensioen?

 

Mocht u blijvend arbeidsongeschikt worden, dan is uw invaliditeitspensioen vanaf uw 65ste verjaardag gelijk aan het ouderdomspensioen dat u zou hebben gekregen als u tot uw 65ste in dienst had kunnen blijven. Uw werkelijke diensttijd wordt aangevuld met de fictieve diensttijd tussen de dag waarop u vanwege uw arbeidsongeschiktheid bent ontslagen en uw 65ste verjaardag.

 

Zolang u nog geen 65 jaar bent, wordt dit invaliditeitspensioen verhoogd met een tijdelijk pensioen dat gelijk is aan de AOV-franchise. Tot uw 65ste ontvangt u immers nog geen AOV-uitkering. Dat is vanaf uw 65ste wel het geval.

 

 

12.5 Wat gebeurt er als ik ga scheiden?

 

Als u gaat scheiden heeft uw ex-partner recht op een deel van het ouderdomspensioen. Namelijk het deel dat u hebt opgebouwd toen u met elkaar getrouwd was. Hierover leest u meer in de brochure 'Pensioendeling'.

 

 

12.6 Wat krijgt mijn ex als ik overlijd?

 

Als u gescheiden bent of de samenlevingsovereenkomst is beëindigd, heeft uw ex-partner recht op een bijzonder nabestaandenpensioen. Dit is een deel van het pensioen dat u heeft opgebouwd tijdens het huwelijk of de gezamenlijke huishouding. Uw ex-partner krijgt dit bijzondere nabestaandenpensioen als u overlijdt.

 

 

13  Hoe weet ik hoeveel ouderdomspensioen ik krijg?

 

Ieder jaar krijgt u van het pensioenfonds een overzicht van uw pensioenopbouw: de pensioenbrief. Hierin staat hoeveel pensioen u kunt verwachten als u 65 jaar bent. In de jaaropgave staat ook hoeveel ouderdomspensioen u al hebt opgebouwd en hoeveel u nog kunt opbouwen. Uw pensioengevend salaris staat ook vermeld. Als u niet meer actief meedoet, kan het overzicht ieder 5 jaar aan u worden toegezonden.

 

 

13.1 Hoe krijg ik mijn pensioen?

 

Wij raden u aan uw verzoek voor toekenning van pensioen 6 maanden van tevoren te doen. Alleen op aanvraag worden pensioenen toegekend. Zodra u met pensioen bent, krijgt u iedere maand een bedrag op uw bankrekening. U krijgt het pensioen totdat u overlijdt.

 

 

13.2 Welke belastingen en premies worden er nog ingehouden op mijn pensioen?

 

Het pensioenfonds houdt loonbelasting in op uw pensioen. Bovendien houdt het pensioenfonds de premie Basisverzekering (BVZ-premie) en de premie Algemene Verzekering Bijzondere Ziekten (AVBZ-premie) in. Indien u nog niet AOV-gerechtigd bent, worden ook de premie Algemene Ouderdomsverzekering (AOV-premie) en de premie Algemene Weduwen- en Wezenverzekering (AWW) ingehouden. Deze bedragen worden van uw pensioen afgetrokken voordat u het pensioen op uw rekening krijgt.

 

U krijgt ieder jaar in de maand februari een jaaropgave (loonbelastingkaart) van het fonds. Hierin staan de volgende bedragen:

- het bedrag dat u aan pensioen hebt gekregen;

- het bedrag dat is ingehouden aan loonbelasting en andere sociale premies.

 

U hebt deze jaaropgave nodig voor uw belastingaangifte. Bewaar haar dus goed!

 

 

14  Hoe houdt mijn pensioen zijn waarde?

 

Prijzen veranderen. Bijna alle producten worden na verloop van tijd duurder. Met NAf 100,- kunt u over een paar jaar waarschijnlijk minder kopen dan nu. Daarom is het belangrijk dat het pensioen dat u nu hebt opgebouwd, nog evenveel waard is als u met pensioen gaat. Het pensioenfonds indexeert uw pensioen. Zo houdt uw pensioen zoveel mogelijk zijn waarde, ook als de prijzen hoger worden.

 

 

14.1 Wanneer indexeert het pensioenfonds mijn pensioen?

 

Indien de overheid de bezoldigingen aanpast vanwege de gestegen kosten van levensonderhoud, worden de pensioenen en opgebouwde aanspraken op pensioen geïndexeerd. U hebt door deze verhoging en de verwachting voor de komende jaren niet meteen ook recht op verhogingen in de toekomst. Dus als u in een bepaald jaar een verhoging krijgt, is het niet zeker of u het jaar erop weer een verhoging krijgt. Ook kan de verhoging in het ene jaar hoger zijn dan in het andere jaar. Dit hangt af van het vermogen van het fonds. Het pensioenfonds kan uw pensioen alleen verhogen als het fonds voldoende vermogen heeft.

 

Het fonds indexeert niet als de dekkingsgraad beneden de 105% is. Tussen een dekkingsgraad van 105% en 115% wordt gedeeltelijk geïndexeerd. Bij een dekkingsgraad hoger dan 115% worden de opgebouwde aanspraken en de pensioenen volledig geïndexeerd.

 

 

14.2 Hoe wordt het nabestaandenpensioen verhoogd?

 

Het nabestaandenpensioen wordt op dezelfde manier geïndexeerd als het ouderdomspensioen.

Hebt u een ex? Dan zal het deel van zijn of haar pensioen op dezelfde manier verhoogd worden.

 

 

15  Waardeoverdracht

 

15.1 Wat is waardeoverdracht?

 

Uw pensioenopbouw stopt als u weggaat bij uw werkgever en dus niet meer meedoet met de pensioenregeling. Als uw nieuwe werkgever een pensioenregeling heeft, gaat u meedoen met de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever. Dan kunt u ervoor kiezen om het pensioen van uw huidige werkgever over te dragen naar de pensioeninstelling van de nieuwe werkgever. Het pensioen gaat dan mee in de pensioenregeling van de nieuwe pensioeninstelling. Dit noemen we waardeoverdracht. U hebt dan geen pensioen meer bij het pensioenfonds.

 

 

15.2 Wanneer kan ik mijn pensioen overdragen naar een andere pensioeninstelling?

 

Als u weggaat bij uw werkgever, kunt u waardeoverdracht aanvragen bij de pensioeninstelling van uw nieuwe werkgever.

 

 

15.3 Wanneer is het verstandig om te kiezen voor waardeoverdracht?

 

We kunnen niet zeggen of het in uw geval verstandig is om de waarde van het opgebouwde pensioen over te dragen. Dat hangt af van de pensioenregelingen van uw huidige en nieuwe werkgever. Als u goed weet wat de verschillen zijn, kunt u een verstandige keuze maken. Is er

bijvoorbeeld een verschil in de wijze waarop de pensioenen worden geïndexeerd? U krijgt hierover informatie van uw nieuwe pensioenfonds. Ook het pensioenvermogen voor de huidige en de nieuwe pensioenregeling kan een rol spelen bij het maken van die keuze.

 

Als u het prettig vindt om van één pensioeninstelling pensioen te ontvangen, kan dit ook een reden zijn om voor waardeoverdracht te kiezen. U krijgt dan alleen pensioenopgaven van de pensioeninstelling van uw laatste werkgever.

 

 

15.4 Wanneer kan ik waardeoverdracht aanvragen?

 

U kunt waardeoverdracht aanvragen binnen zes maanden nadat u bij een nieuwe werkgever bent gestart. U vraagt waardeoverdracht aan bij de pensioeninstelling van de nieuwe werkgever. Een tijdje later krijgt u van die pensioeninstelling een opgave voor waardeoverdracht. Gaat u hiermee akkoord, dan wordt de waarde uit uw huidige pensioenregeling overgedragen naar de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever. U krijgt van de nieuwe pensioeninstelling een opgave van uw pensioen na waardeoverdracht.

 

Als het pensioenfonds en/of het pensioenfonds van uw nieuwe werkgever een dekkingsgraad van lager dan 100% hebben/heeft, heeft het pensioenfonds of het nieuwe pensioenfonds te weinig vermogen om mee te werken aan waardeoverdracht. Waardeoverdracht is slechts mogelijk als het pensioenfonds en het nieuwe pensioenfonds een dekkingsgraad hebben van 100% of meer.

 

 

16  Afstempelen van pensioen

 

Het pensioenfonds kan besluiten de opgebouwde pensioenen en de ingegane pensioenen te korten (te verlagen). Dit doet het pensioenfonds alleen als zijn vermogen gedurende 5 jaar achter elkaar een dekkingsgraad van lager dan 100% heeft. Het pensioenfonds zal u schriftelijk op de hoogte stellen van dit besluit. Het pensioenfonds zal korten voor zover dit nodig is om weer een dekkingsgraad van 100% te krijgen.

Als de financiële situatie van het fonds nadien is verbeterd (de dekkingsgraad zit ruim boven 115%), kan het pensioenfonds besluiten de korting geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken. Het pensioenfonds zal u dit schriftelijk meedelen als dit gebeurt.

 

 

17  Welke informatie moet het pensioenfonds en ik geven?

 

17.1 Welke informatie moet ik geven?

 

U moet het pensioenfonds alle informatie geven die nodig is om de pensioenregeling uit te voeren. Bijvoorbeeld als u verhuist, een partner heeft, kinderen heeft of gaat scheiden. In de pensioenregeling staat precies welke informatie u het pensioenfonds moet geven. Het aanmeldingsformulier dat bij de aanvang van uw participatie in de pensioenregeling aan uw werkgever wordt toegezonden, geeft ook aan welke informatie moet worden overgelegd.

 

 

17.2 Welke informatie moet het pensioenfonds mij geven?

 

Als u erom vraagt, moet het pensioenfonds u deze informatie geven:

- de pensioenregeling;

- een overzicht waarin staat hoeveel pensioen u hebt opgebouwd;

- een berekening van de gevolgen van uw keuzes, bijvoorbeeld als u kiest voor deeltijds

     werken of ervoor kiest eerder te stoppen met werken;

- informatie die speciaal voor u relevant is;

- informatie over de hoogte van de dekkingsgraad van het pensioenfonds. De dekkingsgraad zegt of het pensioenfonds genoeg geld heeft om alle pensioenen te kunnen betalen. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter het financieel gaat met het pensioenfonds.

- of er een herstelplan is voor de korte termijn of voor de lange termijn en wat dat plan dan is. Dit plan zorgt voor het verhogen van de dekkingsgraad van het pensioenfonds.

 

 

Het adres van het pensioenfonds is Schouwburgweg 26, Curaçao

Telefoonnummer: 599 9 4343000 of 599 9 4343018 of  5999 4343001

E-mailadres: info@apc.cw

 

 

 

 

SMARTENGELD

 

Wat is smartengeld?

Smartengeld (immateriële schade) is de vergoeding van schade die niet het vermogen van iemand raakt. Het gaat bij smartengeld om pijn, gederfde levensvreugde of aantasting in de persoon (bijvoorbeeld belediging, inbreuk op privacy, psychische schade,ᅠonkosten voor begrafenis)


Overlijdensuitkering

Indien u na uw pensionering overlijdt, wordt aan uw nabestaanden door het APC smartengeld uitgekeerd. Deze overlijdensuitkering bedraagt driemaal het maandelijkse ouderdomspensioen dat u genoot. Uw nabestaande hoeft daarover geen belasting te betalen. Mocht u tijdens uw actieve dienst komen te overlijden, dan krijgen uw nabestaanden deze overlijdensuitkering van uw werkgever.

Hoogte van het smartengeld

De hoogte van het smartengeld bij het APC is driemaal het maandelijkse ouderdomspensioen (Bruto inkomen) van de gepensioneerde zonder belastingaftrek. Indien u naast uw ouderdomspensioen ook een duurtetoeslaguitkering ontvangt, wordt ook driemaal het bruto maandelijkse duurtetoeslaguitkering als onderdeel van het smartengeld uitgekeerd.

 

Indien u (de gepensioneerde) getrouwd bent of samenwoont op grond een notariële samenlevingsovereenkomst die bij het pensioenfonds is geregistreerd, komt uw echtgenoot(e)/partner in aanmerking voor het smartengeld.

Indien u (de pensioneerde) niet getrouwd bent en ook niet samenwoont op grond van een notariële samenlevingsovereenkomst die bij het pensioenfonds is geregistreerd, maar wel kinderen heeft beneden de 21 jaar, die niet gehuwd zijn of gehuwd zijn geweest, of op grond van een notariële samenlevingsovereenkomst samenwonen of hebben samengewoond, dan ontvangen die kinderen het smartengeld.

Indien u (de gepensioneerde) noch getrouwd bent, noch samenwoont op grond van een notariële samenlevingsovereenkomst die bij het pensioenfonds is geregistreerd, noch kinderen heeft, kan degene die de begrafeniskosten heeft betaald, deze kosten geheel of gedeeltelijk vergoed krijgen. Een deel van het uit te keren smartengeld kan in zulk geval worden aangehouden ter vergoeding van de eventuele kosten van de laatste ziekte.

 

Hoe krijgt u het smartengeld uitgekeerd?

Om in een voorkomend geval smartengeld te krijgen dient/dienen uw nabestaande of kinderen die daarvoor in aanmerking komt/komen, een verzoek tot toekenning van smartengeld bij het fonds in te dienen. Formulieren hiervoor zijn bij het fonds verkrijgbaar of kunnen van de website van het fonds worden gedownload.

Gelijk met het aanvraagformulier dienen ook de volgende documenten te worden overgelegd:

  • overlijdensakte
  • trouwboek of familieboek/notariële samenlevingsovereenkomst
  • doktersverklaring/ziekenhuisverklaring
  • voorlopige factuur begrafeniskosten

 

Als u na het lezen van de in deze brochure gegeven informatie nog vragen heeft, kunt u zich schriftelijk of mondeling wenden tot de afdeling Klantenservice van het APC. Onze afdeling Klantenservice staat klaar om deze vragen te beantwoorden en is telefonisch bereikbaar op telefoonnummers +599 9 4343018 of +599 9 4343000 of +599 9 4343001.

Via email is de afdeling klantenservice bereikbaar via pensioenberekening@apc.cw en info@apc.cw

 

Hoewel grote aandacht is besteed aan de formulering en inhoud van deze brochure, kunnen er aan de brochure geen rechten worden ontleend.

 

 

Nabestaandenpensioen

 

Nabestaandenpensioen oftewel weduwe en weduwnaarspensioen.

In deze brochure staan wij stil bij het nabestaandenpensioen oftewel de weduwe- en weduwnaarspensioen.

 

U bent gehuwd met een overheidsdienaar, een gewezen overheidsdienaar of een gepensioneerde overheidsdienaar of u woont samen met zo’n persoon en heeft ter zake die samenleving een notarieel samenlevingsovereenkomst die door uw partner (de overheidsdienaar, een gewezen overheidsdienaar of een gepensioneerde overheidsdienaar) bij het pensioenfonds is aangemeld. Uw echtgenoot/echtgenote/partner is deelgenoot in de pensioenregeling voor overheidsdienaren (Pensioenlandsverordening overheidsdienaren) die door APC wordt uitgevoerd. Uw echtgenoot/echtgenote/partner komt te overlijden. Hiermee valt (een deel van) het inkomen van uw gezin van de ene op de andere dag weg. Heeft u in zulk geval aanspraak op een nabestaandenpensioen?

 

Wanneer heeft u recht op een nabestaandenpensioen

Als u gehuwd bent met een overheidsdienaar, een gewezen overheidsdienaar of een gepensioneerde overheidsdienaar of u heeft met zo’n persoon een notarieel samenlevingsovereenkomst die door die persoon bij APC was aangemeld dan kan u bij overlijden van uw echtegenoot/echtgenote/partner aanspraak op een nabestaandenpensioen maken indien wordt voldaan aan de hierna aangegeven vereisten.

Vanaf de wijziging van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren op 1 januari 2016 is vereist dat het huwelijk of notarieel samenlevingsovereenkomst van de overleden overheidsdienaar, gewezen overheidsdienaar of gepensioneerde overheidsdienaar dient te zijn gesloten vóórdat de overledene de 65 jarige leeftijd had bereikt of indien uw huwelijk of uw notarieël samenlevingsovereenkomst gesloten was nadat de overledene de 65 jarige leeftijd had bereikt, u reeds eerder, vóór het bereiken van de 65- jarige leeftijd door uw echtgenoot / echtgenote / partner met elkaar gehuwd waren geweest of op grond van een notarieel samenlevingsovereenkomst die bij het pensioenfonds was geregistreerd hebben samen gewoond. Met andere woorden dit was uw tweede huwelijk of samenleving met dezelfde persoon.

 

Welke stappen moet u ondernemen

Om in aanmerking te komen voor het toekennen van een nabestaandenpensioen dient u een schriftelijk aanvraag bij APC in te dienen. Formulieren voor het doen van een aanvraag kunt u bij het fonds verkrijgen of via de website van het fonds downloaden. Bij het indienen van uw verzoek moet u een kopie van het trouwboek of uittreksel uit het huwelijksregister of kopie van de inschrijvingsbewijs van de samenlevingsovereenkomst bij het fonds en een kopie van het overlijdensakte overleggen.

 

Indien op uw aanvraag een nabestaandenpensioen aan u wordt toegekend zal de pensioenuitkering ingaan de dag na de dag waarop uw gewezen echtgenoot / echtgenote / partner is overleden. Als u het pensioen echter aanvraagt op een tijdstip later dan een jaar na het overlijden van uw echtgenoot / echtgenote / partner dan zal het pensioen niet eerder in gaan dan een jaar vóór de eerste dag van de maand waarin uw aanvraag voor pensioen bij het APC werd ingediend.

 

De hoogte of de waarde van het nabestaandenpensioen

Belangrijk is de vraag wat de hoogte of de waarde is van uw nabestaandenpensioen.

Het nabestaandenpensioen is gelijk het wezenpensioen een zogenaamde afgeleide pensioen omdat het wordt afgeleid van het ouderdomspensioen waarop de overledene recht of uitzicht op had. De regel is dat de gezamenlijke pensioenen afgeleid van een ouderdomspensioen, niet meer mogen bedragen dan het ouderdomspensioen waarvan zij zijn afgeleid.

 

Het nabestaandenpensioen bij APC bedraagt, 70/100ste deel (70%) van het pensioen waarop de overledene recht op had of uitzicht op zou hebben gehad. Ingeval er meer dan 2 gerechtigden op wezenpensioen bestaan is het nabestaanden pensioen minder dan 70/100ste deel van het pensioen waarop de overledene recht op had of uitzicht op zou hebben gehad. Immers het gezamenlijke bedrag van de pensioenen mag het pensioenbedrag waarvan die pensioenen zijn afgeleid niet te boven gaan. Het wezenpensioen bedraagt maximaal 14/100ste deel (14%) van het pensioen waarop de overledene recht op had of uitzicht op zou hebben gehad.

 

Indien een actieve overheidsdienaar overlijdt vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar, wordt onder normale omstandigheden voor de berekening van zijn pensioen, waarvan het nabestaandenpensioen wordt herleid, zijn dienstijd doorgeteld tot het einde van de maand waarin de overledene de leeftijd van 65 jaren zou hebben bereikt.

 

Kan het voorkomen dat er naast u ook andere gerechtigden op nabestaanden pensioen bestaan ?

Vaak heeft de overledene naast een echtgenote/echtgenoot/partner ook kinderen nagelaten die aanspraak kunnen maken op een wezenpensioen. In het brochure wezenpensioen wordt het wezenpensioen nader uitgelegd.

Het kan voorkomen dat er sprake kan zijn van een situatie waarin de overledene meerdere keren gehuwd was geweest of meerdere keren een notarieël samenlevingsovereenkomst heeft gesloten waardoor er naast het recht van de echtgenoot/echtgenote/partner op nabestaanden-pensioen er sprake kan zijn van rechten op een bijzonder nabestaandenpensioen vanwege ex vrouw c.q. ex man c.q ex partner van de overledene, voor zover de datum van de echtscheiding niet is gelegen vóór 1 augustus 1990.

 

Het gevolg van het bestaan van gerechtigden op bijzonder nabestaandenpensioen is dat het bedrag van 70/100ste deel van het pensioen van de overledene dat voor nabestaandenpensioen beschikbaar is moet worden verdeeld over de overige gerechtigden op bijzonder nabestaandenpensioen. Het bedrag van de uit te keren nabestaandenpensioen wordt verminderd met de bedragen dat aan bijzonder nabestaandenpensioen moeten worden uitgekeerd. In enkele extreme gevallen kan dat met zich meebrengen dat het bedrag van het nabestaandenpensioen nagenoeg nihil wordt. Dit kan ondermeer het geval zijn als de overledene na zijn ontslag als overheidsdienaar doch voor het bereiken van het 65ste levensjaar voor het laatst is gehuwd of een notarieel samenlevingsovereenkomst is aangegaan. Dit kan ook het geval zijn als de overledene de (onder de oude regeling) voor een volledig pensioen benodigde diensttijd van 30 jaar heeft volbracht gedurende zijn eerdere huwelijksperiode, waardoor er na het aangaan van zijn latere huwelijk weinig verdere pensioenopbouw meer heeft plaatsgevonden.

 

Trouwen na het ingaan van het nabestaandenpensioen

Hiervoor is uitgelegd dat in geval van overlijden van een actieve overheidsdienaar (dus voor het beëindigen van de actieve dienst) voor de berekening van het nabestaandenpensioen de diensttijd van de overledene wordt doorgeteld tot het bereiken door hem/haar van de 65 jarig leeftijd indien hij/zij niet was overleden. Hierdoor wordt een hoger pensioen verkregen dan het pensioen waarop de betrokkene ten tijde van zijn overlijden op grond van de reële dienstijd aanspraak op had kunnen maken. Indien u zijnde de nabestaande van een overleden overheidsdienaar hertrouwt, wordt de hoogte van het nabestaandenpensioen die aan u werd uitgekeerd opnieuw vastgesteld en wel zodanig dat het door de doortelling verkregen extra diensttijd, waardoor het nabestaandenpensioen van een hoger pensioenbedrag is afgeleid, wordt teruggedraaid. Het opnieuw vastgestelde pensioen gaat in met ingang van de maand volgende op de maand waarin u (de nabestaande) bent hertrouwt.

 

Meldingsplicht

Als ontvanger van een nabestaandenpensioen heeft u de verplichting om een wijziging in uw burgerlijke staat onmiddellijk aan het fonds door te geven. Indien u als nabestaande woonachtig bent buiten Curaçao dan heeft u de verplichting om jaarlijks in de maand juni en de maand december een bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) aan het fonds te overleggen. Indien het overleggen van het bewijs van in leven zijn uitblijft, wordt de uitbetaling van het pensioen door het fonds opgeschort.

 

Wijziging en beëindiging of verlies van recht

Het nabestaandenpensioen wordt (evenals de overige pensioenen) telkens wanneer de overheid de salarissen van de overheidsdienaren indexeert door het fonds geïndexeerd, indien en voor zover de vermogenspositie van het fonds uitgedrukt in de dekkingsgraad dit toelaat. (Voorwaardelijke indexatie)

Het recht op een nabestaandenpensioen eindigt met het einde van de maand waarin de nabestaande is overleden.

Indien een nabestaande wordt veroordeeld ter zake de dood van de persoon aan wiens overlijden hij/zij recht op een nabestaanden pensioen zou kunnen verkrijgen ontvalt hem/haar alle rechten op een nabestaandenpensioen.

 

 

 

 

Wezenpensioen

 

Indien de vader of de moeder van een kind of beiden bij de overheid werken (ambtenaar of arbeidscontractant) of in het verleden bij de overheid heeft/hebben gewerkt en deelgenoot waren in de pensioenregeling, heeft het kind bij overlijden van die ouder(s) recht op een wezenpensioen. Het kind heeft ook recht op een wezenpensioen als zijn vader of moeder die reeds gepensioneerd is, komt te overlijden. Ook indien de vader of moeder bij een overheids-nv of een door de overheid gesubsidieerde stichting die bij het APC is aangesloten, werkte, heeft het kind bij overlijden van die ouder recht op een wezenpensioen.

 

 

Wanneer heeft het kind recht op een wezenpensioen?

 

Een kind heeft recht op een wezenpensioen bij:

  • het overlijden van een van de ouders of van beiden voor zover de overleden ouder(s) deelnemer(s) in de pensioenregeling was (waren);
  • het overlijden van een of beide pleegouders, indien het een pleegkind betreft, voor zover de overleden pleegouder(s) deelnemer(s) in de pensioenregeling was (waren).
  • Het kind zelf dient aan een aantal voorwaarden te voldoen.

 

Voorwaarden

 

De voorwaarden zijn de volgende:

  1. Het kind moet de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn of samenwonen of hebben samengewoond op grond van een notariële samenlevingsovereenkomst.
  2. Als het kind reeds 21 jaar of ouder is maar jonger dan 25 jaar, moet het zijn tijd met uitzondering van gevallen van ziekte of vakantie geheel of grotendeels gebruiken voor het volgen van onderwijs.
  3. Als het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, maar nog niet 25 jaar is geworden en ten gevolge van ziekte of gebreken blijvend niet in staat is om met arbeid die voor zijn krachten berekend is, een derde te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van dezelfde leeftijd met zodanige arbeid kunnen verdienen.
  4. Indien de vader overleden is, moet het kind een wettig kind zijn. Anders gezegd: het kind moet uit getrouwde ouders zijn geboren.
  5. Als het voorgaande niet het geval is en de vader is overleden, moet het kind door de vader zijn erkend.
  6. Indien het kind niet door de vader is erkend, moet de vader voorafgaande aan zijn overlijden door de rechter zijn veroordeeld tot het voldoen in het onderhoud van het kind, dan wel dient de vader voorafgaande aan het overlijden bij notariële akte een onderhoudsplicht met betrekking tot het kind hebben erkend.
  7. Indien het kind geen eigen kind is, dient de overledene op het moment van zijn overlijden een pleegouderlijke zorg te hebben gehad voor het kind. Met andere woorden: het kind moet een pleegkind zijn geweest van de overledene. Of er sprake is van pleegouderlijke zorg, wordt op grond van de feitelijke omstandigheden van het geval beoordeeld.

 

Welke stappen moeten worden ondernomen om een wezenpensioen te krijgen?

 

Welke stappen moeten door of ten behoeve van het kind genomen worden om het recht op een wezenpensioen te effectueren?

Het kind dan wel (ingeval het kind minderjarig is of anderszins handelingsonbekwaam) de wettelijke vertegenwoordigers van het kind dient/dienen een verzoek tot toekenning van wezenpensioen bij het fonds in te dienen. Formulieren hiervoor zijn bij het fonds verkrijgbaar of kunnen van de website van het fonds worden gedownload.

Gelijk met het aanvraagformulier moeten ook een kopie van het trouwboek of familieboek en een geboorteakte alsook een kopie van de overlijdensakte worden overgelegd.

Indien het kind 21 jaar of ouder is maar jonger dan 25 jaar en het merendeel van zijn tijd aan het volgen van onderwijs wordt besteed, dient ook een schoolverklaring te worden overgelegd.

Indien het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt maar nog niet 25 jaar is geworden en ten gevolge van ziekte of gebreken blijvend niet in staat is met arbeid die voor zijn krachten berekend is, een derde te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van dezelfde leeftijd met zodanige arbeid kunnen verdienen, dan dient een doktersverklaring aangaande de ziekte of gebreken waaraan het kind lijdt, te worden overgelegd.

 

Wat is de hoogte of de waarde van het wezenpensioen?

Het wezenpensioen is evenals het nabestaandenpensioen een zogenaamd afgeleid pensioen omdat het wordt afgeleid van het ouderdomspensioen waar de overledene recht of uitzicht op had. De regel is dat de gezamenlijke pensioenen afgeleid van een ouderdomspensioen niet meer mogen bedragen dan het ouderdomspensioen waarvan zij zijn afgeleid.

 

Het wezenpensioen bij het APC bedraagt 14/100ste deel (14%) van het pensioen waar de overledene recht op had of uitzicht op zou hebben gehad ingeval de ene ouder ten gevolge van het overlijden van de andere ouder recht op pensioen toekomt. Ingeval de ene ouder aan het overlijden van de andere ouder geen recht op pensioen toekomt, bedraagt het wezenpensioen 28/100 deel (28%) van het pensioen waar de overledene recht op had of uitzicht op zou hebben gehad.

Ingeval kinderen aan het overlijden van beide ouders recht op wezenpensioen ontlenen, wordt het hoogste van de pensioenen toegekend.

 

Als het overlijden van de ouder met zich meebrengt dat er meerdere wezenpensioenen moeten worden uitgekeerd of naast het wezenpensioen ook nabestaandenpensioen of bijzonder nabestaandenpensioen moet worden uitgekeerd, zal de som van deze pensioenen het pensioenbedrag waarvan die pensioenen zijn afgeleid, niet overschrijden.

Indien nodig zal om overschrijding te voorkomen de pensioenen een evenredige vermindering ondergaan.

 

Indien een actieve overheidsdienaar overlijdt vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar, wordt onder normale omstandigheden voor de berekening van zijn pensioen waarvan het wezenpensioen wordt herleid, zijn diensttijd doorgeteld tot het einde van de maand waarin de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt.

 

 

Kan het voorkomen dat er naast het kind of kinderen ook andere gerechtigden op een nabestaandenpensioen bestaan?

Vaak heeft de overledene naast een echtgenote/echtgenoot/partner meerdere kinderen nagelaten die aanspraak kunnen maken op een wezenpensioen. Het kan voorkomen dat er sprake is van een situatie waarin de overledene meerdere keren gehuwd is geweest of meerdere keren heeft samengeleefd op grond van een notariële samenlevingsovereenkomst waardoor er naast het recht van de echtgenoot/echtgenote/partner op nabestaandenpensioen sprake kan zijn van rechten op een bijzonder nabestaandenpensioen vanwege ex-vrouw c.q. ex-man c.q. ex-partner van de overledene, voor zover de datum van de echtscheiding niet is gelegen vóór 1 augustus 1990. In de brochure 'Nabestaandenpensioen en bijzonder nabestaandenpensioen' worden deze pensioenen nader uitgelegd.

Het gevolg van het bestaan van meerdere gerechtigden op wezenpensioen (alsmede gerechtigden op nabestaandenpensioen en eventueel bijzonder nabestaandenpensioen) is dat al deze pensioenen moeten delen in het bedrag van het ouderdomspensioen waarvan die pensioenen zijn afgeleid. Met andere woorden: hoe meer pensioenen er zijn die moeten delen uit het zelfde pensioenbedrag, hoe lager al die pensioenen worden.

 

Zijn andere bronnen van inkomsten toegestaan?

Het is toegestaan dat de wees die jonger is dan 21 jaar, andere bronnen van inkomen heeft.

De wees die de leeftijd van 21 jaar reeds heeft bereikt maar nog geen 25 jaar is, kan ook over andere bronnen van inkomen beschikken zij het dat zijn tijd zoals hierboven is aangegeven, grotendeels in beslag moet worden genomen in verband met het volgen van onderwijs.

De wees zal bijvoorbeeld naast het wezenpensioen bij het APC ook een wezenpensioen op grond van de landsverordening weduwen- en wezenpensioen van de SVB krijgen uitgekeerd.

 

Wat gebeurt er als de wees na het ingaan van het wezenpensioen trouwt?

Indien de wees na het ingaan van de wezenpensioen en vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar respectievelijk 25 jaar trouwt, zal het recht op wezenpensioen eindigen met het einde van de maand waarin de wees is getrouwd.

 

Heeft het bereiken van een bepaalde leeftijd gevolgen voor de uitkering van het recht?

Het wezenpensioen eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 21 jaar indien niet kan worden aangetoond dat betrokken wees zijn tijd grotendeels aanwendt in verband met het volgen van onderwijs.

Indien kan worden aangetoond dat de wees zijn tijd grotendeels aanwendt voor het volgen van onderwijs dan wel dat de wees ten gevolge van ziekte of gebreken blijvend niet in staat is om met arbeid die voor zijn krachten berekend is, een derde te verdienen van wat lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van dezelfde leeftijd met zodanige arbeid kunnen verdienen, dan eindigt het wezenpensioen bij het bereiken van de leeftijd van 25 jaar van de wees.

 

 

Meldingsplicht

Indien de wees trouwt, dient dit aan het fonds te worden gemeld. De wees die woonachtig is buiten Curaçao, heeft de verplichting om jaarlijks in de maand juni en de maand december een bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) aan het fonds over te leggen. Indien het overleggen van het bewijs van in leven zijn uitblijft, wordt de uitbetaling van het pensioen door het fonds opgeschort.

 

 

Wordt het wezenpensioen geïndexeerd?

Het wezenpensioen wordt (evenals de overige pensioenen) telkens wanneer de overheid de salarissen van de overheidsdienaren indexeert, door het fonds geïndexeerd indien en voor zover de vermogenspositie van het fonds uitgedrukt in de dekkingsgraad dit toelaat. (Voorwaardelijke indexatie).

 

Wanneer eindigt het wezenpensioen?

Het recht op wezenpensioen eindigt met het einde van de maand waarin de wees is overleden. Het recht op wezenpensioen eindigt ook met het einde van de maand waarin de wees de leeftijd van 21 respectievelijk 25 jaar heeft bereikt.

Het recht op wezenpensioen eindigt ook ingeval de wees in het huwelijk treedt.

 

Verlies van rechten op een wezenpensioen

Indien een wees wordt veroordeeld ter zake van de dood van de persoon aan wiens overlijden hij/zij recht op een wezenpensioen zou kunnen verkrijgen, ontvalt hem/haar alle rechten op een wezenpensioen.

 

Als u na het lezen van de in deze gegeven informatie nog vragen heeft, kunt u zich schriftelijk of mondeling wenden tot de afdeling Klantenservice van APC.

 

 

Hoewel grote aandacht is besteed aan de formulering en inhoud van dit  kan er aan de inhoud van deze informatie brochure geen rechten worden ontleend.

 

 

 

Algemeen Pensioenfonds van Curaçao ©2015